Stap 0 · Kijk naar de noemer
Tik de vorm aan die bij jouw integraal past; je springt dan naar de stappen.
Noemer → het wordt
Wortel → het wordt
of staat zelf in de opgave
Elke integraal hier wordt arctan of arcsin. De noemer zegt welke van de twee.
Tik de vorm aan die bij jouw integraal past; je springt dan naar de stappen.
Noemer …2+1 → het wordt arctan
Wortel 1−…2 → het wordt arcsin
arctan of arcsin staat zelf in de opgave
Voorbeeld
Voorbeeld
Voorbeeld
Voorbeeld
Voorbeeld
Voorbeeld
Voorbeeld
Voorbeeld
Antwoordvorm: Bij een vraag naar p geef je een exact antwoord; vaak staat daar tan of sin in, bijvoorbeeld p=4+tan(1).
Voorbeeld
Antwoordvorm: Een onbepaalde integraal eindigt altijd op +c; een bepaalde integraal geef je exact, dus als veelvoud van π (of π2, π3).
| x | arctan(x) |
|---|---|
| −3 | −31π |
| −1 | −41π |
| −313 | −61π |
| 0 | 0 |
| 313 | 61π |
| 1 | 41π |
| 3 | 31π |
| x | arcsin(x) |
|---|---|
| −1 | −21π |
| −213 | −31π |
| −212 | −41π |
| −21 | −61π |
| 0 | 0 |
| 21 | 61π |
| 212 | 41π |
| 213 | 31π |
| 1 | 21π |
Welke route pak je?